![]() Vereniging van Protestants-Christelijke Auteurs |
||||
|
Het
Leugenparadijs. Eeuwoud Koolmees, uitgeverij Mes; ISBN 90-5992-074-2,
€ 9,95.
‘Het Leugenparadijs’ is echt een boek dat je met ingehouden adem leest. Het leest vlot, het is spannend, maar het is meer. Een boek kan een open deur zijn naar een andere wereld. Dit boek -bedoeld voor oudere kinderen- is dat zeker. De wereld van Noord-Korea is angstaanjagend. De titel van het boek is juist getroffen: de bevolking moet geloven dat zij woont in een aards paradijs. Overal daarbuiten heerst wanorde, uitbuiting en de duivelse invloed van de Verenigde Staten. De leiders doen er alles aan om de leugen in stand te houden. De hoofdpersoon van het verhaal, het tienermeisje Suk-hi en haar familie moeten ‘s nachts regelmatig de schuilkelder in vanwege een dreigend Amerikaans bombardement. Niemand lijkt aan de waarheid ervan te twijfelen, ondanks dat er geen gevechtsvliegtuig wordt gehoord. De leiders zeggen het. De beide Kims, vader Kim Il Sung, in 1994 al overleden maar nog alom tegenwoordig, en de zoon Kim Jong Il, beheersen het denken en doen van iedere Koreaan. Hun portretten zijn overal. De partijleden dragen een speldje met een foto van de leider op de borst. Alles draait om hun eer en macht. In de lessen op school, in de vrijetijdsbesteding, in de media. Geloven in een god betekent heulen met de vijand. Geloof maakt een volk zwak! Suk-hi en haar familie wonen in de hoofdstad Pyongyang, de showstad van het land. Daar lijkt het leven redelijk goed. Suk-hi gelooft ook heilig in de weldaden en beloftes van de Geliefde Leider. Ook haar vader lijkt niet te twijfelen. Hij heeft een goede baan aan de universiteit. Moeder ervaart het anders. Zij is dagelijks op zoek naar voldoende eten. Alles is op rantsoen. Broer Jin Tae is een fanatiek aanhanger van de Arbeiderspartij. Hij is bereid alle absurde regels stipt na te leven. Dat blijkt als Suk-hi op een dag thuis vertelt over de recalcitrante uitspraken van de vader van Younghee, haar beste vriendin. Hij durft openlijk te twijfelen aan de goedheid van hun leider. Dit is het begin van een grote ommekeer in hun leven. Jin Tae brengt deze vader aan bij de bo-wi-bu, de nationale veiligheidsraad. De familie van Young-hee wordt gedeporteerd naar een heropvoedingskamp. Suk-hi’s eigen vader krijgt ontslag, omdat hij zijn plicht heeft verzuimd door te zwijgen over het verraad van anderen. Hij en zijn gezin worden verbannen naar kamp Yadok. Het leven daar is wreed. De voedselschaarste nog groter. Langzamerhand begint Suk-hi te ontdekken dat de waarheid van de Leider een wrede leugen is. Ze leert de jongen Kang kennen. Hij helpt haar snel uit de droom, die in de stad Pjongyang misschien kon bestaan, maar in het onmenselijke Yadok ontmaskerd wordt. De ogen van vader worden geopend in het verschrikkelijke strafkamp, waar hij als bewaker moet fungeren. Door allerlei omstandigheden gedwongen rest de familie uiteindelijk weinig anders dan te vluchten naar China. Suk-hi komt daar alleen aan. Ze wordt opgenomen in het ‘weeshuis’ van broeder Lee. Hij leert haar de blijde boodschap van de Bijbel kennen. Dit laatste klinkt als ‘eind goed al goed’, maar de schrijver heeft zeker geen goedkoop einde aan zijn verhaal gebreid. Het christelijk geloof vraagt van Suk-hi een houding van vergeving en acceptatie van de genade van God voor haar eigen schuld. Dat gaat haar niet gemakkelijk af. Ik vind dit boek een aanrader, niet vanwege het ‘mooie’ verhaal -misschien dat ouders wel met hun kinderen moeten meelezen!- maar het zet je stil bij de diepe nood van onze wereld en de noodzaak om daar kennis van te nemen. Lijda Hammenga |
|||