|
|
In
de schaduw van Uw kruis. Vijftig passieliederen uit IJsland, gedicht
door Hallgrímur Péterson (1614-1674) in een vrije vertaling
van Johan Klein, uitgeverij
Proza Musica, Veenendaal. Losbladige uitgave in ringband, 178 pagina’s,
10 euro.
Al jarenlang is Johan Klein nauw
betrokken bij het werk van
de IJslandse dichter Hallgrímur Péterson. Na 1992 is het
werk van deze dichter zijn leven zelfs gaan beheersen. Péterson
dicht zijn liederen vanuit een nauwe relatie met de lijdende Christus,
die zijn vriend is geworden op zijn veelbewogen reis door het leven.
Voor zijn zonden heeft Hij geleden en met Hem stond hij op in een nieuw
leven. Op elke bladzijde blijkt de sterke liefde van de dichter voor
zijn verlosser en zaligmaker. Door dik en dun blijft hij met Hem verbonden.
Ook voor vandaag hebben deze liederen niets van hun betekenis ingeboet.
In de lijdenstijd lagen ze binnen mijn handbereik. Ik heb ze als meditatieve
teksten gebruikt en ben erdoor gesticht. Ook mij brachten ze in gemeenschap
met onze zaligmaker. Daar ben ik Péterson postuum dankbaar voor
en behalve hem ook Johan die jarenlang met deze liederen doende is geweest.
Er zou veel meer van deze gebruikspoëzie geschreven moeten worden,
want zo functioneert ze als het moet en kan ze net als die van de IJslandse
dichter klassieke allures krijgen. De bundel verdient een warme aanbeveling
voor degenen die dichter bij het lijden en sterven van Jezus willen
komen.
Hiermee is niet gezegd dat deze liederen meditaties op rijm zijn. Het
is poëzie waarbij de vorm de inhoud ondersteunt, die dus een dienende
functie heeft.
Johan biecht eerlijk op dat hij al vertalend forse ingrepen op
de zeventiende-eeuwse tekst heeft gemaakt, waarbij hij
zelfs toevoegingen, weglatingen en verplaatsingen niet heeft geschuwd.
Zo zijn er vrije vertalingen ontstaan, zoals de titel aangeeft. Johan
houdt zijn verantwoording algemeen, zodat de lezer niet van elk lied
afzonderlijk te weten komt welke ingrepen hij erop gepleegd heeft. Achterin
had dat summier verantwoord kunnen worden.
De Lutherse bisschop van IJsland had met deze werkwijze
geen moeite. Voor mij rijst wel de vraag hoe ver je met zulke ingrepen
kunt gaan en toch de oorspronkelijke dichter
recht kunt blijven doen.
Al deze ingrepen vonden plaats om deze liederen maar zo
dicht mogelijk bij de lezer van nu te brengen. Dat is zeker
vaak gelukt. Zo bevat de afdeling ‘De zeven kruiswoorden’
fraaie liederen. Elk lied vertoont sporen van de worsteling om de stof
in een aanvaardbare vorm te gieten. Daarvan getuigen veel goede vondsten
in woordkeus en verstechniek.Tegelijk stuiten we hier ook op een zwak
punt. Niet alle liederen hebben overal de perfecte vorm bereikt. Het
taalgebruik is hier en daar nogal ouderwets en niet altijd consistent.
Naast ‘ach’ (45) en ‘driewerf’(59), komen ook
het populaire ‘een goed gevoel’(45), ‘grijpgrage’
(47) en ‘betijen’ (52) voor; ‘vloedlicht’ (34)
en ‘ontluisterdheid’ (79) zijn geen goede Nederlandse woorden.
‘De landvoogd geeft dan ook geen acht’ (62) is geen goede
zin, parels werp je niet voor de honden, maar voor de zwijnen (68).
Kortom, naar dit soort dingen zou Johan nog eens goed moeten kijken.
De losbladige uitgave maakt dat verbeteringen op eenvoudige manier in
het geheel van de bundel kunnen worden opgenomen.
Maar deze zwakke kant in de vormgeving hoeft voor niemand een belemmering
te zijn zich in deze prachtige liederen te gaan verdiepen. Kennis nemen
van de inhoud is de moeite meer dan waard.
Bert Hofman
|
|