|
|
In het donker van de eclips. Jan van den Dool, uitgeverij
Kwintessens,
Amersfoort, ISBN-10: 90-5788-170-5, € 10,95.
Een LEESLADDER-boek om het leesplezier
bij kinderen tebevorderen. Dit boek is bestemd voor de gevorderde lezer:AVI-9
en 9+.
Het boek is mooi uitgevoerd en heeft
een gezellige voorkant.
De illustraties in het boek zijn wat minder.
Het gaat over de broers Thijs en Robert, die een wel héél
spannend avontuur beleven. Tijdens de zonsverduistering,
waarbij het hele dorp op straat is, wordt een bankoverval gepleegd.
Voor het die dag zover is, helpen de jongens de
postbode een handje met brieven en kaarten rondbrengen.
Er zijn veel ansichtkaarten bij met ‘boodschappen’ op de
achterkant, die de jongens aan elkaar voorlezen. Dit doet mij denken
aan vroeger, toen de postbode bij mijn oma op het raam tikte en riep
“Jansje, overmorgen krijg je visite!” In een boek van en
voor deze tijd past dit niet (meer). De schrijver heeft dit gegeven
echter nodig, omdat het later een aanwijzing blijkt te zijn om de dader(s)
te vinden.
Robert is gehandicapt en zit in een rolstoel. In het boek
wordt steeds gesproken over een invalidenwagen, wat ik
een minder sympathieke benaming vind. Op bladzijde 13
wordt gesproken over een driewieler, maar de illustrator
(Margreet de Bruin) heeft een gewone rolstoel met vier wielen getekend.
Dat is buitengewoon slordig.
Het verhaal zelf is spannend, maar zit vol ongeloofwaardige
dingen. In een boek kan veel, maar het moet m.i. toch wel
(een beetje) realistisch blijven. Na de overval gaan de jongens zelf
op onderzoek uit, hun hond Speurder doet daarbij zijn naam eer aan.
Ze worden zelfs door hun vader min of meer aangespoord om de politie
vóór te zijn. Wanneer twee agenten langskomen om een en
ander te vragen besluiten ze om niet alles wat ze weten te vertellen.
Wel wordt duidelijk in het verhaal, dat een jongen in een rolstoel bij
voorbaat als ‘dom’ wordt bestempeld. Helaas gebeurt dat
maar al te vaak en daarom is het goed dat de
schrijver ook dat aan de orde te stelt.
Na veel speurwerk van de beide jongens komen ze er uiteindelijk achter
dat de overvaller geen man is, maar een vrouw.
Ook ontdekken ze waar deze vrouw woont. Robert gaat alleen op onderzoek
uit en ontdekt dat er ook nog een handlangster is. Beide vrouwen zien
hem en sleuren hem met rolstoel en al naar binnen. Hij wordt op de grond
gelegd en vastgebonden. Zelf stappen ze in een taxi en rijden richting
Schiphol.
Omdat Robert niet thuis is als het etenstijd is gaan ze zoeken.
Thijs weet waar zijn broer zijn kan. Nog steeds wordt de
politie niet ingeschakeld, hoewel de ouders nu inmiddels wel begrijpen
dat het heel gevaarlijk is. Wanneer ze zien dat Robert is opgesloten
wordt de politie gebeld. Die slaat een raam in en gaat naar binnen.
Ook een ziekenwagen arriveert.
Robert, nog ‘slaperig’ van de chloroform, wordt in de
rolstoel getild en is dan gauw weer helemaal helder. Ze gaan naar huis.
Even later wordt daar aangebeld. De politie. De jongens mogen mee naar
Schiphol en kunnen dan onderweg alles vertellen.
Wel spannend, maar erg wonderlijk. Uiteindelijk worden
de beide vrouwen door een slimme actie van Robert opgepakt.
Ze worden op de luchthaven in bewaring gesteld.
Thijs en Robert merken opeens dat ze toch wel een enorme
honger hebben gekregen, dus gaan ze gezellig, met de twee agenten, uitgebreid
dineren in het restaurant.
Daarna gaan ze richting huis. Onderweg vallen de jongens in slaap. Dit
past ook niet echt in het verhaal, het komt erg
kleuterachtig over. Als ze vlak bij huis zijn worden ze wakker gemaakt
en het hele gezelschap gaat nog even naar een wegrestaurant om zich
op te frissen (???). Er blijkt inmiddels een feestbijeenkomst te zijn
georganiseerd
en dat allemaal midden in de nacht in een vrij kort tijdsbestek. Ook
in dit geval gaat de fantasie met de
schrijver op de loop. Het verhaal eindigt mooi. De
jongens krijgen een ballonvaart aangeboden en daarover mijmerde Robert
reeds aan het begin van het verhaal: hoe zou het zijn om hoog in de
lucht te zweven en niet gekluisterd te zijn aan de rolstoel?
De doelgroep zal dit een spannend boek vinden en er zeker van genieten,
maar voor mij is het allemaal een beetje té fantastisch.
Marjanne W. van Wijngaarden
|
|