|
|
Kantelkind;
door Guurtje Leguijt, roman, uitgeverij Mozaïek, 158 blz; ISBN
90-239-9117; € 13,90.
Kantelkind is de tweede roman van
Guurtje Leguijt, die eerder zeven ook al kwaliteitskinderboeken schreef.
De eerste roman vond een goed onthaal en ik ben zeer benieuwd als ik
de eerste bladzij opsla.
De thema's die Guurtje kiest komen me niet vreemd voor. Ik herken er
veel in, Guurtje en ik moeten ergens een beetje op elkaar lijken, onze
ogen zien zo ongeveer dezelfde dingen in de wereld om ons heen.
Ook het leidmotief van Kantelkind is me vertrouwd. Een mens kan zijn
medemens niet redden, zichzelf redden is nog te veel gevraagd.
Voor het geval dat u nu meent dat ik Guurtje verdenk van het ploegen
met andermans kalf: nee! Dat is niet aan de orde. Guurtjes werk heeft
een heel eigen gezicht, een eigen ingetogen beleving van emoties waarin
ze veel achterhoudt en waar de lezer het moet hebben van glimpen en
doorschemeringen. Dat is meteen het knappe aan Guurtjes werk. Ze troost
zelden, zelfs in dit boek waarin het gáát over troost.
Wat zij biedt is realiteit, eigentijds en niet mooier of milder dan
het leven is.
Dat levert een bepaalde soberheid op, geen uitgesproken gevoelens, geen
heftige bewoordingen, maar juist in die magerte krijgt het beschrevene
de kans dichtbij de kern te komen. Alsof ze haar pen doopt in concentraat.
De hoofdpersoon in Kantelkind is Judith, een vrouw die veel te geven
heeft, zich daartoe zelfs verplicht, maar die schijnbaar toevallig investeert
in bodemloze putten.
Naast het feit dat ze zich verantwoordelijk voelt voor het humeur van
haar moeder, redt ze het leven van Katja, een wild- en wereldvreemd
meisje, die het leven juist vaarwel wil zeggen.
Welke moeite Judith zich ook getroost om het deze twee mensen naar de
zin te maken, het lukt niet en Judith is zo'n type die dat “falen”
vindt.
Stukje bij beetje wordt de lezer ook ingewijd in het achterliggende
onverwerkte verdriet in Judiths leven. Stefan, ze kan na zijn dood,
al twintig jaar geleden, geen nieuw begin vinden.
Door de boodschap in de schilderijen van Katja, komt Judith wel tot
heldere confronterende gevoelens over haar eigen aandeel in de moeizame
relatie met haar moeder. Deze ontwikkeling komt onder grote druk te
staan als haar inzet voor Katja tevergeefs blijkt.
Het ligt erg ingewikkeld met het vereffenen van rekeningen, je kunt
andermans schuld niet inlossen, noch zijn tekorten aanvullen, er komt
geen schone lei. Tastend en zoekend, de wég is het doel.
Jammer, vind ik, dat niet duidelijk wordt wat er precies met Stefan
gebeurd is, welke ziekte, welke omstandigheden zijn dood veroorzaakten.
Ik heb blijkbaar naast de goed aanvoelbare emoties ook feiten en gegevens
nodig om de gebeurtenissen te verifiëren.
Nu blijft dat essentiële moment in Judiths leven te vaag om het
gevecht tussen de claim van haar moeder en de roep van haar hart tot
in de finesses mee te kunnen beleven.
Erg mooi is het laatste hoofdstuk waar blijkt dat het maximale dat een
mens halen kan, soms ligt in de eenvoudige ontdekking van het zich afhankelijk
weten en niet groter willen zijn dan je bent. In deze acceptatie zit
een stukje rust voor de onrust in een mensenziel en genoeg kracht om
een medemens te zijn, maar niet meer dan dat.
Mooi, Guurtje, erg mooi!
Joke Verweerd
|
|