|
|
Snoeitijd,
Joke Verweerd; uitgeverij Mozaïek Zoetermeer; ISBN 90 239 91303;
€ 18,90
"Een mens zou suf worden van
al dat gelees" verzucht ik al gauw na een halfuur romanlezen.
Bij 'Snoeitijd' van Joke Verweerd bleef die zucht achterwege.
'Snoeitijd' begint en eindigt met de woorden van hoofdpersoon Chiel
van der Meij: "Ik ga."
De eerste keer als hij vertrekt naar Holland, zijn geboorteland, onherkenbaar
veranderd voor hem; de tweede keer als hij weerkeert naar Nieuw-Zeeland,
waar hij een goed renderende appelkwekerij beheert. Het gaat in dit
boek over gaan en terugkomen, veranderen, geraakt en gesnoeid worden.
Tussen die twee "Ik ga's" leren we een aantal mensen kennen
en zijn we getuigen van heftige ontwikkelingen en gebeurtenissen.
Mensen. Chiel, zakelijk en doortastend, met toch veel innerlijke problemen,
wordt in Nieuw-Zeeland bijgestaan door de karaktervolle huishoudster
Effi, met wie hij een somtijds intieme relatie onderhoudt. Op verzoek
van Catharina, vrouw van zijn broer Lodewijk, reist hij dus naar Nederland,
naar herenhuis Meijlanden, waar zijn moeder woont met broer en schoonzus
en hun dochter Willemijn. Het gaat niet goed met de dementerende moeder,
maar dat blijkt niet echt de reden te zijn van Catharina's oproep. (Twaalf
jaar ervoor is Chiel ook naar Nederland gereisd bij het overlijden van
zijn vader.)
Het bedrijf takelt af, zal mogelijk onteigend worden, en verder zijn
er ook spanningen en ziekte. Lodewijk heeft MS en dat maakt hem nog
erger dan hij al is: ruw, onverschillig, op zichzelf bedacht, niet echt
geïnteresseerd in zijn bedrijf en een honds gedrag vertonend tegenover
zijn kwetsbare moeder. Catharina leren we kennen als een krachtig, sympathiek
type dat wel te lijden heeft onder de problemen van nu én van
een nog steeds verontrustende en diepingrijpende beslissing die zij
indertijd nam en die te maken had met Chiel. Achttienjarige dochter
Willemijn treedt in alle stormachtige gebeurtenissen duidelijk en moedig
op. Op voorbeeldige wijze verzorgt zij demente grootmoeder Mijntje.
Tussen haakjes: Willemijn komt m.i. te perfect over. Iedereen zou tekenen
voor zo'n dochter. Ze kan echt alles. Maar het merkwaardige is dat ze
toch geloofwaardig is. Het valt op hoe sterk en solide alle vrouwen
in dit boek zijn. Zelfs bij Mijntje komt regelmatig iets van vroeger
boven dat van belang is, zeker inzake het geloof.
Er gebeurt erg veel in dit boek. Ik kan niet anders dan een greep doen.
Chiel schrikt van Holland, van de levensstijl, van de bureaucratie,
van de geringe vrijheid voor een ondernemer, van het bedrijf dat zich
in een neerwaartse spiraal bevindt, waarbij iedereen lijkt toe te kijken.
Hij wil Lodewijk wel helpen maar aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid.
Toch is zijn verblijf van betekenis voor het bedrijf. Een m.i. juiste
en heldere karakterisering van hoe in dit land soms ruimtelijk misgekleund
wordt, wordt ons niet onthouden.
Chiel is van zijn stuk in de confrontatie met Catharina, die ook hem
niet vergeten is hoewel ze indertijd in de competitie tussen de twee
broers koos voor Lodewijk. Je deelt in de spanning die tussen hen bestaat
én in de cohesie.
Je krijgt een levensecht beeld van de situatie hoe allochtonen wel en
niet integreren. Spannend en boeiend is de wijze waarop Chiel en Willemijn
zorgen dat Aijsa, die zwanger is van Martijn , een jongen uit het dorp,
en doodsbenauwd voor wraak van broer Salim, in veiligheid komt.
Er is veel over dit boek te zeggen. Maar de ruimte…
Joke heeft naar mijn mening een sterk boek geschreven. De personen zijn
echt, zo dat je denkt: ja, zo kunnen mensen zijn. Waar zij teruggrijpt
op vroegere ervaringen en belevenissen is ze uitstekend te volgen. Die
flashbacks verstoren zeker niet.
Joke schrijft beeldend. Mensen komen tot leven, situaties worden zichtbaar.
Over de compositie is zorgvuldig nagedacht. Te zorgvuldig? Het valt
steeds op hoe consciëntieus en zorgvuldig Joke te werk gaat. Maar
daardoor lijkt alles betekenis te moeten krijgen.
Joke schreef ook een roman van deze tijd. Herkenbaar. Relatieproblemen,
storm over een bedrijf, de verwikkelingen waarin autochtonen en allochtonen
met elkaar kunnen raken en over betwijfeld en verdwijnend geloof. Ook
e-mail en de pizzaboer ontbreken niet. "Kwarrende boerenkoolplantjes"
doet denken aan Rosenboom. Maar wat het betekent? En wat zijn trays?
Joke geeft een beeld, een reëel beeld van ons land nu. Maar wat
schrijnt het af en toe. Als Mijntje dagelijks voorgelezen wordt uit
een versleten poëziealbum in plaats van uit de Bijbel.
Dan heeft dat demente wijffie toch wat. Daar houd je je ogen toch niet
droog bij?
Wat duidelijk aan de orde komt is wat de titel aangeeft. Er wordt gesnoeid
in de boomgaard maar ook in de levens van mensen. Heilzaam gesnoeid
(zie vooral pagina 203). Dat we eigenlijk alleen geschikt zijn voor
het komende Koninkrijk wanneer we erin bewilligen dat we gesnoeid worden.
In het boek zit een niet opzettelijk appèl op concreter geloof
en overgave, op de noodzaak van zondebesef en dat zien we ook bij Chiel
groeien.
Allerlei elementen moet ik helaas onbesproken laten. De rol van de armband
van Effi bijv. Ook in dit boek komen typische Joke-zinnen voor: "Catharina
kon wel goed liegen maar niet met haar ogen" (pag.34). Het boek
oogt zoals een echt boek moet ogen. Het is gebonden, heeft een mooie,
duidelijke letter op helder papier - prachtig.
Nog één opmerking graag. Helemaal los van Jokes boek.
Als het gaat om geloof, aangevochten en kwijnend geloof, zwak geloofsleven,
signaleert Joke. Ze preekt en vermaant niet. Ze tekent een herkenbare
situatie. Meer kon ze er, gezien de hoofdpersonen, niet van maken.
Maar beste medeschrijvers: is er niet eens over te praten of we soms
niet een stap verder moeten gaan? Ik bedoel: zou het niet goed zijn
als het duidelijk wordt in onze boeken, hoe dan ook, dat Jezus Christus,
de Weg, de Waarheid en het Leven is, dat we getuigenis afleggen van
de hoop die in ons is. Dat we midden in dit vaak moeilijke leven uitzien
naar de stralende verschijning van onze God en van Jezus Christus. Wij
zijn geen dominees, maar "de wereld" mag toch ook van ons
horen dat het niet bij het oude blijft, maar dat alles toch nieuw wordt.
Niet zo goed als nieuw, maar helemaal en totaal.
Kees van Baardewijk
|
|