Vereniging van Protestants-Christelijke Auteurs

StatutenNaam en zetel
Lidmaatschap
Geldmiddelen
Bestuur
Bestuurstaak / Vertegenwoordiging
Rekening en verantwoording
Algemene vergaderingen
Statutenwijziging
Ontbinding en vereffening

Statuten Schrijvenderwijs

Naam en zetel

Art. 1
De vereniging draagt de naam Schrijvenderwijs, Vereniging van Protestants-Christelijke Auteurs, en is gevestigd te Hardinxveld-Giessendam.

Art. 2
1.
De vereniging heeft als grondslag het door de Heilige Geest geïnspireerde Woord van God, dat in zijn totale omvang Goddelijk gezag heeft.

2.
De vereniging heeft ten doel het bevorderen van contact tussen de auteurs onderling ter bezinning op het christelijk auteursschap, het geven van bekendheid aan het werk van haar leden en gastleden ten aanzien van hun publicaties en het aanmoedigen van aankomend auteurstalent, alles in de ruimste zin des woords.

3.
De vereniging tracht haar doel te bereiken door het houden van vergaderingen van allerlei aard, het houden van ontmoetingsdagen en andere activiteiten en voorts door alle wettige middelen welke het doel van de vereniging bevorderen.

Art. 3
1.
De vereniging is opgericht op vijftien mei negentienhonderd tweeëntachtig en is voortgekomen uit het Comité Ontmoetingsdagen Protestants-Christelijke auteurs en belangstellenden.

2.
Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.

Lidmaatschap

Art. 4
1.
De vereniging kent gewone leden, begunstigende leden en gastleden. Begunstigende leden en gastleden zijn geen leden in de zin van de wet.

2.
Gewone leden zijn zij die metterdaad als auteur werkzaam zijn én hetzij één werk in boekvorm gepubliceerd hebben hetzij een bibliografie overgelegd hebben van in boeken, tijdschriften, kranten en dergelijke gepubliceerde verhalen, gedichten en/of kritieken, hetzij andere werkzaamheden hebben verricht die direct verwant zijn met schrijversactiviteiten, én conform het bepaalde in artikel 5 dezer statuten als gewoon lid zijn toegelaten.

3.
Gastleden zijn zij die zelf schrijven doch nog niet voldoen aan hetgeen hiervoor in lid 2 van dit artikel is vereist voor het gewone lidmaatschap, én conform het bepaalde in artikel 5 dezer statuten als gastlid zijn toegelaten.
Gastleden nemen deel aan alle activiteiten van de vereniging en hebben geen andere rechten en plichten dan hen in deze statuten toegekend of opgelegd.

4.
Gewone leden en gastleden dienen de grondslag en het doel van de vereniging te onderschrijven en hun werk werk moet van aanvaardbare (door het bestuur te beoordelen) kwaliteit zijn.

5.
Begunstigende leden zijn zij die zich jegens de vereniging verbinden tot het storten van een jaarlijkse minimumbijdrage, waarvan de hoogte wordt vastgesteld door de algemene vergadering, en die als zodanig door het bestuur zijn toegelaten overeenkomstig het in artikel 5 van deze statuten bepaalde.

6.
Waar in deze statuten wordt gesproken van leden of lid worden/wordt daaronder verstaan de gewone leden tenzij het tegendeel blijkt.

Art. 5
1.
Als gewoon lid en gastlid kan men worden toegelaten nadat men schriftelijk een verzoek dienaangaande heeft ingediend bij het bestuur met opgave van naam, adres en geboortedatum.
Minderjarigen kunnen slechts lid worden met toestemming van hun wettelijke vertegenwoordiger.
Het bestuur beslist over de toelating. Bij niet-toelating door het bestuur kan de betreffende persoon binnen veertien dagen na ontvangst van het betreffende bestuursbesluit in beroep gaan bij de algemene vergadering, die alsnog tot toelating kan besluiten.
De toelating moet geschieden met inachtneming van het hiervoor in artikel 4 bepaalde.

2.
Begunstigende leden kunnen zij worden die zich daartoe schriftelijk bij het bestuur aanmelden; het bestuur beslist over toelating. Het bepaalde in de tweede en derde alinea van het eerste lid van dit artikel is hierop van toepassing.

3.
Het lidmaatschap is persoonlijk en mitsdien niet overdraagbaar noch vatbaar om door erfopvolging te worden verkregen, hetgeen ook geldt voor gastlidmaatschap.

Art. 6
1. Het lidmaatschap en gastlidmaatschap eindigt in de volgende gevallen waarbij in dit artikel onder lid tevens gastlid wordt verstaan:
a. door overlijden van het lid;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging namens de vereniging;
d. door ontzetting.

2.
Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan slechts tegen het einde van het verenigingsjaar geschieden met inachtneming van tenminste vier weken.
Zij geschiedt door schriftelijke kennisgeving aan de secretaris van het bestuur. Bij niet-tijdige opzegging loopt het lidmaatschap door tot het einde van het eerstvolgende verenigingsjaar, tenzij het bestuur anders besluit of van het lid redelijkerwijs niet kan gevergd worden het lidmaatschap te laten voortduren.

3.
Opzegging van het lidmaatschap namens de vereniging kan tegen het einde van het verenigingsjaar geschieden door het bestuur met een opzegtermijn van tenminste vier weken, wanneer een lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten welke de statuten voor het lidmaatschap hebben gesteld of te eniger tijd mochten stellen, of indien redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
Tegen opzegging door het bestuur wegens laatstgemelde reden, welke onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap tengevolge kan hebben (te beslissen door het bestuur) kan het betrokken lid in beroep gaan bij de algemene vergadering binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving der opzegging.
Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het betrokken lid geschorst.
De opzegging geschiedt steeds schriftelijk met opgave van redenen.

4.
Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, de reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. De ontzetting geschiedt door het bestuur, dat het betrokken lid schriftelijk in kennis stelt van het besluit met opgave van redenen. De betrokkene is bevoegd binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit in beroep te gaan bij de algemene vergadering.
Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het betrokken lid geschorst.

5.
Wanneer het lidmaatschap in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft, ongeacht reden of oorzaak, desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd, tenzij het bestuur anders besluit.

6.
Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit waarbij de verplichtingen van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten.

Geldmiddelen

Art. 7
1.
De geldmiddelen der vereniging bestaan uit de contributies der gewone, begunstigende en gastleden en voorts uit hetgeen de vereniging verkrijgt ingevolge erfstellingen, legaten en schenkingen of op enigerlei andere wijze.

2.
Ieder gewoon lid en gastlid moet jaarlijks een contributie betalen.

3.
De in het vorige lid bedoelde bedragen worden door de algemene vergadering telkens in de jaarvergadering vastgesteld.
De gewone leden kunnen hiertoe in categorieën ingedeeld worden.

Bestuur

Art. 8
1.
Het bestuur bestaat uit tenminste vijf meerderjarige personen. Het aantal bestuurders wordt vastgesteld door de algemene vergadering.

2.
De bestuurders worden door de algemene vergadering uit de meerderjarige leden van de vereniging gekozen.
De voordracht hiertoe geschiedt door het bestuur dat deze voordracht bij de oproeping der betreffende vergadering meedeelt, of door tenminste drie gewone leden die deze voordracht voor de aanvang der betreffende vergadering schriftelijk bij het bestuur indienen.
Bedoelde voordrachten zijn niet bindend.
Het bestuur verdeelt na zijn benoeming de functies onderling; er wordt in ieder geval aangewezen: een secretaris en een penningmeester. De voorzitter wordt echter steeds als zodanig door de algemene vergadering benoemd.

3.
Een bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af volgens een door het bestuur op te stellen rooster van aftreding. De aftredende is terstond herkiesbaar; wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.

4.
De algemene vergadering kan te allen tijde een bestuurslid schorsen of ontslaan indien zij daartoe termen aanwezig acht. Voor een besluit daartoe is een meerderheid vereist van twee/derden van het aantal uitgebrachte stemmen. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

5.
Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
a. door het eindigen van het lidmaatschap van der vereniging;
b. door het zelf ontslag nemen mits dit schriftelijk geschiedt met een opzeggingstermijn van tenminste één maand.
In de vacature wordt op de eerstvolgende ledenvergadering voorzien, behoudens het bepaalde in artikel 9 lid 1 dezer statuten.

Bestuurstaak / Vertegenwoordiging

Art. 9
1.
Behoudens beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
Het bestuur blijft bevoegd indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald.
Het bestuur is echter in dit geval verplicht om op de eerstvolgende bestuursvergadering een datum vast te stellen voor en bijeenroeping te regelen van een algemene vergadering waarin de voorziening in de open plaats(en) aan de orde komt.

2.
Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies die door het bestuur worden benoemd met vastlegging van opdracht en bevoegdheden.

3.
Het bestuur is, mits met goedkeuring der algemene vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldige verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.
Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.

4.
De secretaris of een door de voorzitter aangewezen persoon maakt notulen van elke bestuursvergadering.

5.
Het bestuur behoeft de goedkeuring van de algemene vergadering, onverminderd het bepaalde in lid 3 van dit artikel, voor het aangaan van rechtshandelingen, het verrichten van investeringen en het doen van uitgaven welke een nader bij huishoudelijk reglement vast te stellen bedrag of waarde te boven gaan.
Voor het beschikken over bank- en girosaldi is de handtekening van de penningmeester overigens voldoende.
Op het ontbreken van de in dit lid bedoelde goedkeuring kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan.

6.
Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels aangaande de vergaderingen en de besluitvorming van het bestuur worden gegeven.

Art. 10
Onverminderd hetgeen in de laatste volzin van artikel 9 lid 3 dezer statuten is bepaald, wordt de vereniging in en buiten rechte vertegenwoordigd door hetzij de voorzitter en secretaris tezamen hetzij de voorzitter en penningmeester tezamen.

Rekening en verantwoording

Art. 11
1.
Het boekjaar van de vereniging valt samen met het verenigingsjaar.

2.
Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

3.
Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn jaarverslag uit en doet onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. Na afloop van deze termijn kan ieder lid deze rekening en verantwoording van het bestuur in rechte vorderen.

4.
De algemene vergadering benoemt jaarlijks een commissie van tenminste twee leden, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur; deze commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur. De commissie brengt ter jaarvergadering verslag uit van haar bevindingen.
Vereist het onderzoek bijzondere boekhoudkundige kennis dan kan de commissie zich door een deskundige doen bijstaan. Het bestuur is verplicht aan deze commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verstrekken, haar desgewenst de kas en waarden te vertonen en inzage te geven van de boeken en bescheiden der vereniging.

5.
Het bestuur is verplicht om de bescheiden als bedoeld in lid 2 en 3 van dit artikel tien jaren lang te bewaren.

Algemene vergaderingen

Art. 12
1.
Binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar wordt een algemene vergadering (de jaarvergadering) gehouden, waarin onder meer:
a. het bestuur zijn jaarverslag uitbrengt en onder overlegging van de nodige bescheiden, rekening en verantwoording aflegt van zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur, waarbij het verslag van de in het vorige artikel bedoelde commissie aan de orde komt,
b. de benoeming van de in het vorige artikel bedoelde commissie voor het volgende verenigingsjaar aan de orde komt,
c. in eventuele bestuursvakatures wordt voorzien,
d. de bedragen als bedoeld in de artikelen 4 en 7 van de statuten worden vastgesteld,
e. voorstellen van bestuur en leden, aangekondigd in de oproeping van de vergadering, worden behandeld.

2.
Goedkeuring van het jaarverslag en de rekening en verantwoording strekt het bestuur tot décharge.

3.
Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls als het bestuur zulks wenselijk acht alsmede zo dikwijls zulks schriftelijk met opgave van de te behandelen onderwerpen wordt verzocht door tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte van het aantal stemmen in een algemene vergadering, indien daarin alle leden tegenwoordig zijn.

4.
Na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het vorige lid is het bestuur verplicht tot bijeenroeping ener algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien binnen veertien dagen na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het vorige lid hieraan door het bestuur geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 13 dezer statuten of bij advertentie in een in de plaats van vestiging van de vereniging veelgelezen dag- of weekblad.

Art. 13
1.
De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De bijeenroeping geschiedt door een schriftelijke mededeling te zenden aan de leden, gastleden en begunstigende leden.
De termijn van oproeping ter algemene vergadering moet tenminste veertien dagen bedragen, tenzij de statuten anders bepalen.

2.
Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld onverminderd het bepaalde in artikel 16 en 17.

Art. 14
1.
De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de vereniging.
Ontbreekt de voorzitter dan treedt één van de andere bestuursleden als voorzitter op.

2.
Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld en ondertekend. De inhoud van de notulen wordt ter kennis van de leden gebracht.

Art. 15
1.
Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden der vereniging, als ook de begunstigende leden en gastleden.

2.
Ieder lid van de vereniging heeft daarin één stem. Het stemmen bij volmacht is uitgesloten.

3.
Over alle voorstellen betreffende zaken wordt beslist bij volstrekte meerderheid van stemmen voorzover de wet of de statuten niet anders bepalen. Bij stemmingen over personen is hij/zij gekozen die de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd. Indien niemand die meerderheid heeft verkregen, wordt een tweede stemming gehouden tussen de twee personen die de meeste stemmen hebben verkregen bij de eerste stemming en is hij/zij verkozen die bij die tweede stemming de meerderheid der uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd. Indien bij die tweede stemming de stemmen staken, beslist het lot.

4.
Indien de stemmen staken bij een voorstel betreffende zaken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

5.
Stemmingen over zaken geschieden mondeling, tenzij de voorzitter of één der stemgerechtigde leden schriftelijke stemming verlangt en stemmingen over personen geschieden schriftelijk bij ongetekende briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk tenzij één der stemgerechtigde leden hoofdelijke stemming verlangt.

6.
Onder stemmen worden verstaan geldig uitgebrachte stemmen zodat niet in aanmerking komen blanco stemmen en met de naam van het stemmend lid ondertekende stemmen.

7.
Een ter vergadering door de voorzitter uitgesproken oordeel dat een besluit is genomen is beslissend.
Indien echter onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid daarvan wordt betwist, vindt een nieuwe stemming plaats wanneer de meerderheid der vergadering, of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt.

8.
Een eenstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.

9.
Indien in een algemene vergadering alle leden van de vereniging aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen genomen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen, dus ook als er geen oproeping heeft plaatsgehad, deze niet is geschied op de voorgeschreven wijze, of als enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht is genomen.

Statutenwijziging

Art. 16
1.
Wijziging van de statuten kan slechts plaats hebben door een besluit van de algemene vergadering, waartoe werd opgeroepen met de mededeling dat daarin wijziging van de statuten zal worden voorgesteld, behoudens het in lid 2 van dit artikel bepaalde. De termijn van oproeping van een zodanige vergadering moet tenminste één maand bedragen.

2.
Artikel 2 lid 1 en artikel 16 lid 2 dezer statuten kunnen niet worden gewijzigd.

3.
Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste vijf dagen vóór de dag der vergadering een afschrift van dat voorstel waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na de afloop van de dag, waarop de vergadering werd gehouden.

4.
Tot wijziging van de statuten kan slechts worden besloten met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin tenminste twee/derde van het totaal aantal leden tegenwoordig is.
Is niet twee/derde van het aantal leden tegenwoordig, dan wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, kan worden besloten met een meerderheid van tenminste drie/vierde van de uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal tegenwoordige leden.

5.
De wijziging der statuten treedt niet in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.
De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neder te leggen ten kantore van de Kamer van Koophandel en Fabrieken binnen welker gebied de vereniging haar zetel heeft.

Ontbinding en vereffening

Art. 17
1.
Behoudens het bepaalde in artikel 50 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kan ontbinding van de vereniging slechts plaats hebben door een besluit daartoe van de algemene vergadering. Het in artikel 16 lid 1, 3 en 4 bepaalde is bij een besluit tot ontbinding van overeenkomstige toepassing.

2.
Indien bij een besluit tot ontbinding geen vereffenaars zijn aangewezen, geschiedt de vereffening door het bestuur.

3.
Een eventueel batig saldo na vereffening zal worden aangewend voor door de algemene vergadering te bepalen bestemmingen.

4.
Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening van het verenigingsvermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de statuten en huishoudelijk reglement zoveel mogelijk van kracht.

Huishoudelijk reglement

Art. 18
1.
De algemene vergadering kan bij huishoudelijk reglement nadere regels geven omtrent alle onderwerpen waarvan de regeling haar gewenst voorkomt.

2.
Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met of afwijken van de bepalingen der wet of statuten, tenzij de afwijking door de wet of de statuten wordt toegestaan.

Werkendam, 4 februari 1983